Rezension "Prognocircus", IO-Pages, Nr. 57, Seite 34

Er is goed nieuws voor de liefhebbers van forse symfo. Daaronder versta ik symfo met pit; met ‘ballen’ populair gezegd. Beduidend lichter dan progmetal, maar net wat zwaarder dan de standaardsymfo van bijvoorbeeld Yes, Pendragon of IQ. Speciaal voor hen is er Prognocircus, het debuutalbum van de Duitse formatie Morphelia. In een achttal tracks, die allen zo tegen de 10 minuten aanleunen, hoor je vaak een zware gitaar aan de basis staan. Maar dat wil nog niet zeggen dat Prognocircus in de categorie van-dikhout-zaagt-men-planken valt, zeker niet. Gitarist Guido Frölich is namelijk ook in staat om mooi vloeiende solo’s of heel fijne gitaarlijntjes aan zijn instrument te onttrekken. Ook toetsenist Günter Grünebast laat zich bepaald niet onbetuigd. Zijn keyboards drukken zelfs een stevig stempel op het geheel. Veelvuldig grijpt hij naar de piano, maar ook Hammondorgel en orkestrale synthesizers komen voorbij. Omdat er bovendien regelmatig omgeschakeld wordt van zware naar lichte passages, biedt dit album een redelijk gevarieerd klankbeeld. Dan is er nog zanger Kurt Stwrtetschka. Zijn stem is niet de meest opwindende, maar wel eentje die heel goed bij deze muziek past. Tikkeltje rauw, net niet té. Zijn melodielijnen zijn weliswaar niet van een hemels niveau, maar absoluut sterk genoeg om te boeien. Samen met bassist Renko Rickerts en drummer Elmar de Groot rocken deze heren een lekker eind weg. Het symfonische aspect wordt daarbij echter nimmer uit het oog verloren. Sterker nog, als iemand beweert lichte Neo-Prog trekjes te hebben gehoord, zal ik dat niet bestrijden. Het meest duidelijk maak ik het misschien nog wel wanneer ik dit Morphelia beschouw als een samensmelten van het eveneens Duitse Zenobia en ons eigen Casual Silence. Soms zwaar en altijd symfonisch, maar bovenal gewoon mooi. Wie op Morphelia gokt, krijgt daar bijna vijf kwartier oerdegelijke prog voor terug.

Antonie Deelen

zurück